Google
 
Web Suriname.NU
U kunt nu ook alleen binnen  ANDA Suriname  zoeken
      ·       Suriname Gastenboek       ·       Geef u hier op voor SuriMagazine   
   





   
ONDERDELEN
BRIEVEN
 suriname.nu  Inleiding
 suriname.nu  1924 : 18/9 - 5/10
 suriname.nu  1927 : 27 Februari
 suriname.nu  1927 : 27 Maart
 suriname.nu  1927 : 27 April
 suriname.nu  1927 : II
 suriname.nu  1927 : III
 suriname.nu  1927 : IV
 suriname.nu  1927 : V
 suriname.nu  1927 : 27 April I
 suriname.nu  1927 : 27 April II
 suriname.nu  1927 : 27 April III
 suriname.nu  1927 -Dec /1928
 suriname.nu  1928 : 21 Aug. I
 suriname.nu  1928 : 21 Aug. II
 suriname.nu  1928 : 21 Aug. III
 suriname.nu  1929 : Februari
 suriname.nu  1929 : Juni
 suriname.nu  1929 : 23 Juli
 suriname.nu  1929 : 15 Augustus
 suriname.nu  1929 : 27 Sept.
 suriname.nu  1929 : 17 Okt.
 suriname.nu  1930 : 11 Maart
 suriname.nu  1930 : September
 suriname.nu  1931 : 13 Januari
 suriname.nu  1931 : 27 Januari
 suriname.nu  1931 : 28 Januari
 suriname.nu  1933 : Januari I
 suriname.nu  1933 : Januari II
 suriname.nu  1933 : Mrt. - Dec.
 suriname.nu  1934 : Jan. - Sep.
 suriname.nu  1935 - December
 suriname.nu  1936
 suriname.nu  1945 - 1947
 suriname.nu  1948 deel I
 suriname.nu  1948 deel II
 suriname.nu  1949 deel I
 suriname.nu  1949 deel II
 suriname.nu  1950 deel I
 suriname.nu  1950 deel II


 suriname.nu  Foto's I
 suriname.nu  Foto's II
 suriname.nu  Foto's III
 suriname.nu  Foto's IV
 suriname.nu  Foto's IV
 suriname.nu  Foto's V
 suriname.nu  Foto's VI
 suriname.nu  Foto's VII
 suriname.nu  Foto's VIII
 suriname.nu  Foto's IX
 suriname.nu  Foto's X

ONDERWERPEN
Geschiedenis
 suriname.nu  Immigratie Algemeen
 suriname.nu  Javaanse immigratie
 suriname.nu  Donko's tot Guides
 suriname.nu  Brieven v. Wetten
 suriname.nu  Suriname bevolkt
 suriname.nu  Slavernij
 suriname.nu  De 20 ste eeuw
 suriname.nu  Indianen (oorspr.)
 suriname.nu  Paramaribo
 suriname.nu  Albina
 suriname.nu  Mariënburg
 suriname.nu  Oude kaarten
 suriname.nu  Archieven-wijzer
 suriname.nu  Post en postzegels
 suriname.nu  Batavia
 suriname.nu  Goslar
 suriname.nu  Goud-zaken
 suriname.nu  Geld-zaken
 suriname.nu  Het Park
 suriname.nu  Korps Politie
 suriname.nu  Treinen
 suriname.nu  Forten
 suriname.nu  Westgrens
 suriname.nu  Samenvattingen
     ( Engels )


AFDELINGEN
   Algemeen
  De Douane
   Telefoonboek
   Bevolking
   Distrikten
   Reis info
   Cultureel erfgoed
   Geschiedenis
   Foto's
   Natuur
   Personen
   Koken / recepten
   Vragen over NIBA
   Wat is ANDA

     
 SURINAME  AFDELINGEN -  Geschiedenis - -

Brieven uit Suriname  van Frater Octavianus - (Johannes van Wetten)

 suriname . NU terug
 



Brieven uit Suriname 8 /Cassiapora II

JMJV      Par'bo Jan 33


Vandaag 26 Jan. vlak voor 't vertrek van fr. Desideratus, fr. Leobert en fr. Sebastiaan begin ik aan 't vervolg van mijn reisverhaal. Schrijven is op 't ogenblik 't eenige waartoe ik instaat ben. Sinds 'n paar dagen heeft de influenza met te pakken, wel niet zo erg dat ik de school ervoor heb moeten laten varen, maar toch zoo dat van studeren niet veel kan komen. Daarbij wil 't eten me niet goed bijblijven en dat maakt me wat lamlendig. Maar een paar vervelende dagjes in't jaar mag we, als de rest goed is.

De eerste morgen besteden we aan de school , want Cassiapora is 'n school rijk. Nu moet je je geen reuze lokalen voorstellen als in Holland. Neen, niets daarvan. Het leerfabriek is niets anders dan een groote pinahut. De banken zijn eigen fabrikaat van de Indianen. In dit pinalokaal zwaait Meester Jopie Chelius de heerschersstaf en met eere. Alle leerjaren huizen hier samen en er wordt ijverig gewerkt.

Schrijven, lezen rekenen alles gaat charmant. Er is orde in den troep van 'n 40 leerlingen. De resultaten van het onderwijs zijn schitterend. Je kunt zien, dat er een practicus aan het werk is, die 'n arbeid presteert, waarvoor menig hoogst bevoegde de handen in 't haar zou doen zetten. Er zit 'n peuter van 6 1/2 jaar, die vlot 'Ik lees al 4' leert. De plaatjes verstaat hij opperbest en op alle vragen daarover, geeft hij een goed antwoord. En hij is niet de eenige vluggerd.

De school is pas enkele jaren oud. Ze is gesticht ook om de Indiaantjes op de hoogte te brengen van de lees en schrijfkunst. Maar 't groote doel is toch wel geweest de kinderen die anders vanuit 't kamp naar de stad zouden gestuurd worden om daar hun wijsheid op te doen, thuis te houden.

Vele families in de stad willen zo'n Indiaansch jongetje of meisje wel in huis hebben. Ze worden dan op enkele goede uitzonderingen na als voetveeg gebruikt, ontwennen aan 't kamp en zoo is het al bij herhaling gebeurd dat op deze wijze in de stad grootgebrachte Indianenkinderen, later niet meer in het kamp kunnen wennen en weer naar de stad terugtrekken.

Voor enkele jaren is ook een proef genomen met Indianen als soldaten op te leiden. Bedoeling was deze later als boschpolitie te kunnen gebruiken. De proef is tamelijk wel mislukt, zodat na die eerste indienstneming geen tweede meer gevolgd is.

De kerk van Cassiapora is de parel van 't kamp.

Bij mijn eerste bezoek lag het dorp een minuut of 10 verderop. Er was toen ook al 'n kerk, maar dat was niets anders dan 'n pinahut, met 'n vloer van savannagoud, waar je tot je enkels inzakte.

Toen begonnen de Indianen over 'n school te praten en 'n nieuwe kerk. Het eerste kwam er ook 't eerst. De kerk deed als schoollokaal dienst. Een meester was ook gauw gevonden. Jopie Chelius de landbouwer speelde bij z'n ouden pleegvader had wel zin, maakte examen voor boschlandonderwijzer, slaagde en werd naar Cassiapora gestuurd.

Voor de nieuwe kerk zouden de Indianen zelf 't hout leveren maar tegelijk moesten ze beloven dat ze hun kamp dichter bij de kreek zouden brengen. Dit werd beloofd. Maar nu moet je niet denken, dat ze direct aan 't werk vlogen. O, neen, dat is geen Indianenaard. Maar met voordurend porren is ze er toch van gekomen.

Toen al het houtwerk bij elkaar was heeft Mgr. (de bisschop van Paramaribo) een paar timmerlui uit de stad gestuurd. En nu staat er de kerk, 'n pracht bouwtje uit en inwendig. De Indianen hebben hun best gedaan om mooi hout te leveren.

Balken van 10 M lengte hebben ze op hun schouders naar de plaats gedragen waar de kerk moest komen. Van buiten is 't gebouw netjes opgeschilderd, van binnen niet. Daar brengt de natuurlijke houtkleur al afwisseling genoeg. De vloer lijkt wel geolied, zoo glanzend donker is hij van kleur, en toch is dit de natuurlijke kleur van 't hout. Het kwieke torentje is zelfs een klok rijk en daarop vooral gaan ze groot.

Stilaan zijn alle huishoudens in de buurt van de kerk gaan wonen. Daarbij zijn er nog enkele uit andere plaatsen bij komen wonen, zodat het kamp nu 'n 150 zielen sterk is. De oude kerk is ook overgebracht en doet nu dienst als school.

Den eersten middag trekken we uit onder leiding van den meester om 'n kuiertje te maken met als hoofddoel een flink bad in 'n kreek. Je kunt hier ver wandelen maar veel zien doe je niet. Je zit direct in't bosch en daar heb je geen gladde autowegen. Er is enkel 'n smal pad, waar je elk ogenblik moet uitkijken dat je niet struikelt over de boomwortels. Eventjes niet opletten kan je fataal worden.

Hier en daar is 'n open plek, waar hoog doorgeschoten cassavestokken nog 'n overblijfsel zijn van de oude kostgronden. Nu liggen ze veel verder af, want den hof zoo vlak bij huis is niks voor 'n Indiaan.

Zoo gauw we van onze kuier terug zijn, komen van alle kanten jongens en meisjes naar de kerk gestapt. Ze gaan eventjes bidden en slenteren dan wat rond onze keuken, daar is licht wat te halen. Niet dat de Indianen bedelachtig zijn. Juist 't tegenovergestelde. Maar krijgen ze iets dan nemen ze het dankbaar aan, vooral een flesch of een busje is iets voor ze.

Je moet denken dat ze geen kasten of tonnen hebben om iets te bewaren. Kleeren hangen over dwarsbalken in de hut. Andere spulletjes bewaren ze in blikjes en mandjes. De laatsten is eigen fabrikaat. Erg primitief dus. 's Avonds buurten we weer in onze eetzaal, dezen keer met de kapitein als gast.

Donderdagmorgen weer met de zon uit bed. Onze buurlui zijn ons al voor geweest. Ze loopen al met hun draagmanden op den rug, met een band van boombast aan hun voorhoofd opgehangen. Zoo sjouwen ze heele vrachten, waar wij eerbied voor zouden hebben.De vrouwen dragen net zoo goed als de mannen.

Het schijnt vandaag cassavedag te zijn, want 'n uurtje later komen de eersten al terug met heel hun draagmand vol. Geen wonder dat ze casaveachtig worden. 't Loopt tegen 't nieuwjaar en dat wordt niet op 'n droogje gevierd.

'n Paar dagen te voren moet er cassiri gemaakt worden en een voornaam bestanddeel daarvan is cassave. De Caraïben noemen hun drank tapana en bewaren hem in groote eigen gefabriceerde gebakken kruiken. Dat zijn kunststukken van bakkerij.

De Arowakken bewaren hun cassiri in korjalen, die niet geheel zijn opengebrand. Van boven buigen de wanden ietsjes naar elkaar toe. Dezelfde korjalen kunnen ze ook gebruiken voor houtvlotten. Ze dienen daarbij als drijvers.

Deze morgen besteden we om alle kampen eens af te loopen. De Indianen stellen er prijs op dat je overal een even 'n bezoek komt brengen. Ze zeggen je dat weer niet, ze laten het je niet direct voelen, maar toch is 't zoo. In verschillende hutten is niemand thuis, in 'n paar enkel 'n baby die moederziel alleen in 'n hangmatje zit ingepakt.

Waar de menschen thuis zijn is moeder de vrouw met de grotere meisjes, soms nog een oude grootmoeder bezig met cassave raspen, cassave persen of cassavebrood bakken. De Indiaansche vrouw is in d'r huishouden even rap als alle vrouwen.

Uit de draagmand pakt ze 'n stuk cassavewortel, slaat met 'n mes de donkere schil er af. Moest ik 't doen, 'k geloof dat ik in de kortste keeren 'n paar vingers kwijt was. Dan gaat de cassave in de pers, weer eigen vlecht werk en die ze matapie noemen. De matapie is zoo gemaakt dat ze kan inkrimpen. Boven en onder is een lus van vlechtwerk.

De cassave wordt in de matapie gestopt, die daar wordt opgehangen. Door de onderste lus wordt een stevig hout gestoken. Mama, grootmama en wat er nog meer vrij is in huis gaat op die stok zitten. De matapi wordt daardoor uitgerekt en tegelijk ingedrukt en 't sap loopt op die manier uit de cassave.

Dat sap wordt opgevangen en daarvan later een soort soep gekookt. Nu is er 'n soort de zogenaamde bittere cassave waarvan 't sap vergiftigd is. Of ze dit ook nog gebruiken weet ik niet.

De uitgeperste cassave wordt later tot meel gewreven over een soort rasp. Het mooie witte meel wordt alvorens er brood van te bakken in de menari of zeef gegooid, dat weer gevlochten is.

Op een vuurtje ligt een platte ronde ijzeren plaat. Daarop strooit de broodbakster een dun laagje meel. Als 't 'n beetje begint te roosteren, steekt ze er met een mes onder en wipt 't aaneen gekoekte baksel om, op de manier als de Holl. pannenkoekbakster. Met haar vinger trekt ze er mooie banen over. Is de voorraad brood klaar dan wordt hij tegen het dak te drogen gelegd.

Nu zijn ze op verschillende plaatsen bezig met groote cassavebroden te bakken. Deze zijn bestemd voor de cassiri bereiding. Daarbij worden groote en kleine gebruikt De groote worden in water geweekt tot 't een papke geworden is.

Heel de vrouwelijk familie gaat dan cassave brood aan 't kauwen en spuwt dit in de pap. Om nieuwe voorraad spuwsel te hebben kauwen ze er ook suikerriet tusschendoor. Die suiker bevordert de gisting en is tevens ook een onmisbaar bestanddeel voor de cassiribereiding. Heel dat brouwsel laten ze 'n paar dagen gisten en 't is klaar voor 't gebruik.

Al de kinderen krijgen 'n paar zuurtjes die met 't grootste plezier worden aangenomen. Daarvoor is geen enkel te bang. Erg druk hebben ze 't overigens niet tegen zoveel witte japonnen. De meesten kruipen zomaar op hun achtervlakje achter moeder in 't zand. En loeren vandaar uit naar de vreemde bezoekers.

Er zijn er opvallend veel die hun eerste hempje nog moeten krijgen. 'n Gevolg van de malaise die zich ook hier doet voelen. De Indianen kunnen niet zoveel hout kwijt worden als in gewonen tijden en daarbij is de houtprijs erg laag. De meester heeft er al 24 blokken hout liggen, die hij van z'n menschen gekocht heeft, om ze aan centen te helpen.

Na onze slentertocht, gaan we op stap naar de 'soela', 'n kleine stroomversnelling in de kreek. Hier is 't lekker pootjebaden. Hier is 'n prachtige natuur. Van weerzijden van de kreek hoog zwaar bosch dat de scherpe zon afdekt en 't water heerlijk frisch houdt.

Midden door de kreek ligt een hooge steenrug. Daarover stroomt 't water en heeft er in den loop der jaren ronde trapjes in uitgeschuurd. Een eindje verderop ligt een flinke steenbrok die blijkbaar den gestadige drup niet heeft kunnen verdragen en heeft losgelaten van den groote dam.

Het neerplassende water heeft een flinke kuil uitgediept tussen den val en de op zichzelf staande kei. Het meest typische is wel, dat vlak daarachter de kreekbodem weer uit zand bestaat. Enkele meters verder heeft 't water een groote zandplaat opgebouwd en vlak daarachter weer een kuil uitgediept van enkele meters en daarop volgt weer een smalle steenrug.

Bij onze thuiskomst blijkt dat we een gast hebben gekregen. De meester van Pierre Kondre is even komen overwippen. Hij is gekomen zegt ie, 'om de Eerwaarde fraaaters uit te noodigen, of de mogelijkheid niet zou bestaan, zie je, dat de Eerwaarde fraaaters, als ze naar de stad teruggaan eventjes op Pierre Kondré konden afstappen. Of misschien, ik weet niet of het zou kunnen, dat de eerwaarde fraaaters willen voeteeren. Het is maar twee en een half uurtjes loopen, zie je. En ik weet niet, kijk, misschien dat de Eerwaarde fraaaters tegen die tocht opzien. Maar misschien is het mogelijk, kijk, dat 'n paar eerwaardes 't aandurven.

Pater Sol, ja, zie je, die zou graag 'n foto hebben gemaakt,éh, van de school en ja, hahahaha, misschien wil de Eerwaarde fraaater fotograaf ook mijn nieuw huis wel nemen, eh. Zie je als dat kan, zou ik 't wel graag hebben.'

Onder zijn rijkelijk redeneeren, vliegen de druppels rijkelijk links en rechts, en slurpt mijnheer zielsgelukkig aan zijn aangeboden borrel. En dan vertelt hij weer verder van zijn menschen, die zoo' luijj zijn, ja zie je, zoo luijjj. Ik zeg het ja zo dikwijls, maar ze lappen 't zie je aan hun laars'

Ik kijk hem even aan en vraag hem zoo langs de neus weg'dragen de Indianen van Pierre Kondre laarzen'. Hij kijkt me even aan en schiet dan in een lach,' hahaha, nee, eerwaarde, dat juiiiiist niet, maar 't is zo maar mijn wijjze van spreken van me. Maar aan werken hebben ze een broertje dood, ja 'n broertje dood.'

Zoo redeneert hij maar honderd uit, tot zijn collega hem waarschuwt, dat het tijd is om te gaan eten. Mijnheer zwaait met zijn collega naar zijn huis om daar zijn lading te halen. Een goeie baas is 't, die zijn sporen bij de R.K. Missie verdient heeft.

Als jonggezel heeft hij 't land gediend als militair en is daarna boschlandonderwijzer geworden bij de Indianen van Washabo aan de Corantijn. Daar heeft hij gediend tot Pierre Kondre 'n school rijk werd.

Dat was een brokje weggekaapt voor de neus der Hernhutters weg. Deze hebben een school in Carolina recht tegenover Pierre Kondre. Op een goeden dag haalden ze het in hun hoofd om leerlingen voor hun school te gaan aanwerven aan de overzijde van de Surinamerivier.

De fijne neus van Pater Sol kreeg het in de gaten, vond het niet bevorderlijk voor de Katholieke geest van het kamp, timmerde zelf een school op Pierre Kondre. Meester Chelius van Cassiapora tippelde tweemaal per week den tocht van 'n paar uren om ook in de nieuwe school zijn wijsheid aan den man te brengen, tot meester Panka hem uit den nood verloste.

Vrijdagmorgen wordt besteedt aan volksspelen als aardappelrapen, touwtrekken, hardloopen. Als prijzen zijn te verdienen allerlei snuisterijen. Daarna wordt gegoocheld met de doos van Pandora. Het verstand van de kinderen niet alleen, maar ook dat van de grooteren staat er stil bij.

's Middags komt 'n malsche regenbui 'n eind maken aan de badpret en moeten we 'n toevlucht zoeken in één van de dichtstbijzijnde hutten. Een groote korjaal met cassiri wacht op Nieuwjaar. Je kunt de werking in 't donkere troebele vocht zien.

De huisbaas, 'n klein vernepen Indiaantje presenteert ons een bakje van z'n bier. Alle kieskeurigheid opzij zettend slurp ik 'n litersche kom half leeg. Bepaald lekker is 't niet, 'n flauwe zuurzoete smaak heeft het.

's Avonds begint alles meer in 't teeken van Nieuwjaar te komen. Overal links, rechts, voor en achter gaan de vuurpijlen de lucht in. Onze naaste buurman wisselt zijn nachtdut af met vuurpijlen en mandoline getokkel. Hij houdt ons vrijwel uit de slaap.

Zaterdagmorgen staan we met de zon op, werken zoo vlug mogelijk de morgenoefeningen af, dan ontbijt en inpakken. Om half acht trekken we uit. Enkele groote Indianen en Indiaansche dragen de zwaarste vrachten. Het kleine grut sjouwt de lichtere bagage. Halfweg moeten we even halthouden, want hier woont Peter Indiaan.

Peter heeft als jongen de school in de stad afgemaakt, is daarna op zee gaan zwalken en nu sinds 'n half jaar in 't kamp terug, geweldig doof en 'n beetje los in de bovenkamer.

Alle paadjes en pleintjes in 't kamp zijn door hem met klinkende namen bedacht. Zo hebben ze een Kerkstraat, pater Solplein, meester Cheliusplein enz. Zijn eigen hut draagt de naam van Villa Charlotte.

Vandaag juist wordt Peter 50 jaar. Deftig kondigt hij zelf zijn verjaardag aan. Op 'n halfverolmde zeepkist aan den ingang van het paadje naar Villa Charlotte heeft hij met krijt in werkelijk mooie letters geschreven. 'Heden hoopt onder Gods zegen den 50ste geboortedag te herdenken, Peter Indiaan, heer van Villa Charlotte. Bezoeken worden niet afgewacht.'

Ondanks dat laatste staat Peter, 'n nette kerel, aan de overzijde van zijn annonce ons af te wachten en wijst met 'n lachend gezicht naar zijn kunstwerk. Direct vormen we een halve kring om den feesteling en een vierstemmige toost wordt gezongen.

Op dit geluid komen de kleintjes weer teruggerend, en met open mond en broek kijken ze ons de 'lang-zal-ie-levens' van de lippen. Vooral de baspartij heeft hun onverdeelde belangstelling. De natuur helpt mee om 't geheel nog grootser te maken.

Tegen den bosgrond staan 'n veertien igni-soppo's in vollen bloei. Hoog tot wel 'n 10 meter toe, steken ze hun met witte klokjes bezaaide bloemstengels de lucht in. Dat helder wit steekt prachtig af tegen de groene kleuren van de verschillende boomsoorten van het bosch.

Van ons af tot aan de groote bloemruikers staat 'n doornachtige struik in vollen bloei, die met z'n licht roze bloempjes prachtig bij 't geheel aansluit. Na den hartroerende toast wordt de feesteling gecomplimenteerd, waarbij ieder hem een sigaar in de hand stopt. Met een gracieuze buiging betuigt Peter zijn dank.

Aan de landingsplaats ligt de bagage opgestapeld aan den eenen kant, terwijl de belangstellenden bescheiden de andere zijde hebben gekozen. Bij het vertrek wordt gewuifd en goeie reis geroepen en als hoogtepunt enkele vuurpijlen afgeschoten.

Daar zitten we weer in de roeiboot op weg naar huis. We hebben maar eventjes zes roeiers en nog een paar grootere jongens die mee een kuierie gaan maken naar Carolina. Daar moeten nog inkopen gedaan worden voor Nieuwjaar. Om de stemming er in te houden, komt OLHeer met 'n malsch buitje ons verrassen.

In enkele minuten zijn we nat tot op de huid. Dan komt de zon ons weer wat opdrogen, tot 'n tweede bui al haar goeie werk weer verbroddeld. Als kwajongens gaan we 'kouroe weri' doen. Met een forse slag kletsen we elkaar met de platte hand op den natte rug. Daar zit muziek in, maar de meeste klankrijkste tonen komen uit den mond van de slachtoffers.

Een paar vogels reageren er zelfs op met hun helle 'twieë-liet'. Hun slag heeft wel iets van die van 'n nachtegaal, enkel is hun deuntje wat te kort. We passeeren 'n korjaal waarvan de dikke stuurman ons toeschreeuwt, dat de 'Myriam' aan den mond van de kreek op ons wacht. Goed opgepast dus.

Een kwartiertje later hooren we de motorslag al tegen de bomen echoën. En nog een kwartiertje later snort hij al aan, neemt zijn draai en neemt alles passagiers en bagage op, de roeiboot wordt langszij vastgesjord en vooruit gaat het weer.

De motorist vertelt dat ons nog een verrassing wacht, maar hij mag niets verklappen. Bij Junkerkondré blijkt welke die verrassing is. Drie fraters zijn met Myriam gisteravond meegekomen, hebben vannacht op Junkerkondré geslapen en gaan nu weer met ons huis toe.

Na Junkerkondré is het nog een klein kwartiertje motoren om bij de passie te komen naar Pierre Kondré. Meester Panka staat ons al te verwelkomen, hij heeft al 'n uur op de eerwaardes staan te wachten.

'Hoe of de passie is? O. Eerwaarde die is well, ja, heel well, 'n beetje modder maaar, hier en daaar, maar het is het zeggen niet, nee, de passie is well. Ik zal de eerwaardes maar voor gaan, om de kwaalijke plaatsen aaan te wijzen, zie je. Dat kan zoo onaangename verschuivingen vóórkomen.'

't Gemeenste is nou dat hijzelf zijn schoenen en kousen uittrek, zij broek opstroopt en met 'hello boy, teki mi soesoe' zijn zoontje den ouderlast laat dragen. Als eenden waggelen we achter den meester aan door den zieberenden modder.

'Voorzichtig eerwaardes, hier is de passie minder toepasselijk. Hier overheerscht de modder te veel, zie je.'

En of de modder overheerscht. We krijgen een betere weg door twee korjalen heen en werken weer de passie op. Nog één moeilijkheid komt er nog, met modderige modderschoenen over 'n ronde modderige dunne boomstam over een klein kreekje. Hier zinkt enkelen de moed in de schoenen. Ze keeren weerom. Wagen hun veege lijf niet op de glibberige spriet. Alles samen valt het nog mee.

Dat gevaarlijke dingentje eenmaal voorbij wordt de passie werkelijk beter, de grond wordt zanderig , weg klimt. We komen bij de oude kerk van Piere Kondré.

Het kamp heeft zijn naam te danken aan kapitein Pierre, die een beroemde piaman (toovenaar/dokter) moet geweest zijn, onder zijn stamgenooten en ook eenmaal met zijn vrouw in Holland als bezienswaardigheid gepronkt hebben. De man is nu allang terziele, maar het kamp draagt nog zijn naam.

Ze hadden er sinds jaren 'n kerk, eigen fabrikaat, met een hoofddeur die evenwel nooit openging, daar de kerk aan alle kanten toegankelijk was. Toen Cassiapora zijn nieuwe kerk kreeg, moest ook Piere Kondré de hare hebben. En ze kreeg ze, 'n minuut of 5 verderop. Van de oude kerk zijn nog enkel een paar pilaren over, waar houtluizen hun nest hebben opgehangen.

De eerste tekenen van leven beginnen al te komen en opeens staan we voor 't heele kamp. Je merkt al direct dat je met Caraïben te doen hebt. De meesten loopen in hun impermeable rond, komen echter later meer presentabele voor den dag. Vliegensvlug worden de gevraagde foto's gemaakt. Een kikkerbaas die waarschijnlijk te ver van z'n broek afwoont, wil ook wel op de foto, maar wordt stiekum verdonkeremaand.

Lang blijven we niet, want om 12 uur moeten we bij de motor zijn. De meester zijn horloge is net als zijn menschen 'luijj'. Hij zegt, 't is een kwartiertje loopen maar, maar dat kwartiertje dijt uit tot 'n half uur. In ganzenpas kwakkelen we de hoogte af, de modder door, we zitten weer in de boot. Handjes geven aan de Indianen, meester Panka is juist te laat, maar vindt de flesch bier die we als cadeau achter laten en voort gaat het weer, wij naar de stad, de Ingis naar Carolina.

Met een stuk brood en een havermoutje doen we ons maaltje in de boot. De motor sputtert maar toujours aan 't eenen uur na 't andere.

Groot Chatillon is heel en al in zoete middagrust. Even voor half zes, liggen we aan den steiger van de Nederl. Indische gasmaatschappij bij verkorting N.I.G.M.

Mijnh. Paijens, de dikke royale directeur, lang in Helmond gewoond, komt ons vanuit zijn huis al uitnoodigen om even uit te rusten. Wij bedanken ervoor om zijn mooie stoelen vol te plakken met onze moddertoogen. Hij zelf vindt ook dat we er potverd... smerig uitzien. Hij zal eens gauw auto's opbellen.

Welke kracht hij bij de bestelling gevoegd heeft weet ik niet, maar de auto's zijn er zoo. Even voor zessen zitten we thuis, de 'zesdaagsche' is ten einde.

En hiermee ben ik ook ten einde.

'n Enkel Weesgegroetje als loon voor de kramp in de vingers is genoeg. Over twee jaar hoop ik nog veel meer te vertellen






De brieven, foto's en anderszins maken deel uit van het familiearchief, dat wij proberen te beheren en inzichtelijk te maken voor de familie en eventueel ander belangstellenden. In dit verband willen wij u laten meelezen uit de reisverhalen van Heeroom als een bijdrage aan de belevingsgeschiedenis van Suriname.

Jacqueline en Louis Barten-Schakenraad.

© a.barten 2005








suriname . NU  naar boven



Ontwerp © Webteam ANDA Suriname - Afdeling Nederland - Telefoon   06 1998 7075
Last update: