Uitvaart Suriname

Uitvaart, Begrafenis, Beri

Dede oso (letterlijk: doden- sterfhuis en dodenwaken) verwijst naar de ceremonies die aan een sterfhuis verbonden zijn. Traditioneel duurt een dede oso van de avond voor de begrafenis tot de ochtend erna. Vroeger werd er die nacht bij de nabestaanden in huis geslapen om hen bij te staan en te beschermen tegen de geest van de overledene, de yorka, die zich nog ‘tussen twee werelden’ bevindt. De yorka heeft het lichaam verlaten, maar heeft nog geen eindbestemming gevonden. Tegen het gevaar van besmetting door de yorka, en om die te manen te vertrekken, worden bepaalde gebruiken in acht genomen, zoals het bedekken van afbeeldingen van de overledene en spiegels, en het bedekken van voedsel en drank die aan gasten worden geserveerd. De yorka wordt gunstig gestemd met voedseloffers. Gedurende een dede oso worden soms verhalen (Anansitori’s) of anekdotes over de overledene verteld en onder begeleiding van een voorzanger worden rouw- of troostliederen gezongen (dede oso-singi).

Na de dede oso volgt de wasi dede, begeleid door lijkbewassers en afleggers (dinari), de zogenaamde bemiddelaars tussen leven en dood. Zij dragen zorg voor de dinariwroko, de bewassing: het toonbaar maken en conserveren van het lichaam. Dan wordt het lichaam in de kist gelegd en kan er afscheid worden genomen, begeleid door de dinari, die er onder andere op toezien dat er geen tranen in de kist vallen om besmetting met de yorka te voorkomen.

Tijdens de anitriberi, de begrafenis, wordt de kist gedragen door dragiman, dragers, die soms onder het uitvoeren van danspassen de overledene naar diens laatste rustplaats begeleiden. De danspassen en plotselinge schijnbewegingen moeten voorkomen dat de geest van de overledene hem of haar kan volgen, op de weg naar de laatste rustplaats. Acht dagen na de begrafenis volgt de aitidei, een rouwbijeenkomst die vergelijkbaar is met de dede oso. Zes weken na het overlijden volgt opnieuw een rouwbijeenkomst, de siksiwiki, opnieuw vergelijkbaar met de dede oso. Het laatste ritueel waarmee de rouwperiode wordt afgesloten, is de puru blaka, waarbij de ziel van de overledene wordt ‘vrijgemaakt’.

Nagenoeg alle Hindoes kiezen voor een crematie. Dit doen ze omdat ze geloven dat dit de snelste manier is om terug te keren naar Brahm, de Oerbron. De dood wordt meestal als positief ervaren omdat het lichaam slechts was bedoeld voor tijdelijk en het zijn taak heeft volbracht. Hindoes geloven in reïncarnatie wat wil zeggen dat hun ziel na het sterven in een ander lichamelijk omhulsel terechtkomt.
BELANGRIJK OM TE WETEN
Hindoestanen kiezen voor crematie
Mannen uit de familie kijken bij de verbranding
Na de crematie volgt een rouwperiode van tien dagen
Reïncarnatie of wedergeboorte

Het hindoeïsme bestaat uit verschillende tradities en overtuigingen, die met elkaar gemeen hebben dat ze er van uitgaan dat de mens een kringloop van ‘reïncarnaties’, wedergeboortes, doormaakt voordat hij met ‘Brahm’, de oerenergie of de oerkracht, herenigd kan worden.

De meeste hindoes worden gecremeerd, omdat dat de snelste manier is om de terugkeer van het lichaam naar de bron te laten plaatsvinden. Voor de familie is cremeren daarom geruststellender dan begraven.

Er is geen officieel religieus gezag, maar de priesters vormen de schakel tussen de individuele gelovige en de plechtigheden die bij belangrijke gebeurtenissen in het leven moeten plaatsvinden.
De 16 sanskara’s

Tijdens het leven zijn er zestien verschillende ‘sanskara’s’, sacramenten of rituelen, die de overgang naar een andere levensfase markeren.Daarbij worden offers gebracht aan de vele manifestaties van de oerenergie.

Een van de sanskara’s vindt plaats als iemand op sterven ligt. Dan worden alle familieleden gewaarschuwd om bij het afscheidsritueel te zijn. Een zoon of een andere man uit de familie giet een druppel water uit de heilige rivier de Ganges in de mond van de stervende. Als er geen water uit de Ganges beschikbaar is, wordt gewoon kraanwater gebruikt.

Water symboliseert het leven, de vergankelijkheid en de oneindigheid. Vervolgens legt de oudste zoon een blad van de heilige tulsie- of basilicumboom in de mond van de stervende. Daarna sprenkelen de andere familieleden ook water in de mond van de stervende. Elke hindoe-familie heeft een speciale band met een priester, de ‘pandit’. Hij leest de stervende voor en bidt met hem en zijn familie. Als iemand al overleden is voordat het ritueel heeft kunnen plaatsvinden, wordt het alsnog uitgevoerd.
Water, vuur, ether, lucht en aarde

Hindoes geloven in de twee-eenheid van lichaam en ziel. Na de dood verlaat de ziel het lichaam om een ander stoffelijk omhulsel te vinden of om te worden opgenomen in Brahm. Het verlaten lichaam moet zo snel mogelijk terug naar de oerbron met de vijf elementen: water, vuur, ether, lucht en aarde.

Het contact met het dode lichaam speelt daarom geen centrale rol bij de rouwverwerking. Meestal wordt een dode meteen naar een uitvaartcentrum overgebracht, waar de overledene wordt afgelegd en gewassen in aanwezigheid van naaste familieleden. Een overleden man wordt traditioneel in een speciale doek gewikkeld of -zoals tegenwoordig vaker het geval is- gekleed in een pak; een vrouw krijgt een sari aan.

Ondertussen bidt de priester met de nabestaanden en alle aanwezige vrienden en bekenden in de ontvangstzaal van het rouwcentrum. Daarbij wordt een aardewerken schoteltje met ongezouten oftewel ‘klare’ boter, een zogeheten ‘dia’, aangestoken. Ook wordt in een koperen bokaal water geschonken ten behoeve van de zielerust van de overledene.

Na het bezoek vertrekt men naar het huis van de overledene, waar eveneens een dia wordt aangestoken en een bokaal met water wordt neergezet, en wordt gebeden en voorgelezen uit de Ramayana.
Eerbetoon aan Brahm

Op de dag van de crematie scheert een zoon of -als een zoon ontbreekt- een andere man uit de familielijn van de man, zijn hoofdhaar af, omdat hij bij de uitvaartplechtigheden als offeraar gaat optreden.
Andere mannen in de familie scheren zich dan voor het eerst na het overlijden weer.

In het rouwcentrum of het crematorium wordt een plechtigheid gehouden waarbij de priester vijf eivormige balletjes, ‘pindhs’, maakt van rijstmeel, honing, melk, klare boter, suiker en sesamzaad. Eten symboliseert voor hindoes het leven en is een manifestatie van het goddelijke; zonder eten kon de overledene niet hebben bestaan. Het pindh-ritueel vormt een eerbetoon aan Brahm. Het aantal vijf staat voor de vijf elementen en de eivorm symboliseert de twee-eenheid van lichaam en ziel.
De balletjes worden in doeken gelegd en geofferd door ze in de kist te leggen; een bij iedere hand, een bij het hoofd, een bij de buik en een bij de voeten.

De nabestaanden leggen ook nog bloemen, geurige stoffen en rijstkorrels in de kist en bidden en zingen daarbij. Vervolgens wordt de kist gesloten, met een doek bedekt en naar het crematorium gebracht. Bij het crematorium dragen de mannen uit de familie met de zoon of de zonen voorop, de kist naar binnen. Volgens gebruik wordt onderweg vijf maal gestopt om de baar even neer te zetten.
De crematie

In het crematorium wordt de kist geopend en versierd met kransen.

Na het zingen van religieuze liederen houdt de priester een preek. De oudste zoon loopt vervolgens met een brandende dia vijf maal rond de kist en raakt telkens een keer met de dia de mond van de overledene aan. Dit is de zogenaamde ‘doodskus’, waarmee symbolisch het lichaam in brand wordt gezet. Na het gezamenlijk uitspreken van een aantal gebeden gaan de aanwezigen in de rij staan om afscheid van de overledene te nemen en rijstkorrels of bloemblaadjes in de kist te leggen.

Omdat het voor de familie heel belangrijk is het lichaam van de overledene te zien branden, kunnen, afhankelijk van de grootte van het crematorium, vier tot tien directe nabestaanden mee naar de ovenruimte om de verbranding mee te maken. De oudste zoon kan daarbij de kist in de oven duwen om de verbranding in gang te zetten.

Omdat een hindoestaanse uitvaart langer duurt dan andere crematies, wordt het meestal aan het eind van de dag gepland, zodat de mensen tegen betaling extra tijd kunnen reserveren.
De verstrooiing van de as

Na de crematie moet de as in principe worden toevertrouwd aan de oneindigheid. De traditionele manier om dat te doen is het verstrooien boven stromend water. Om praktische redenen wordt de as bijna altijd in bewaring gegeven bij het crematorium totdat de as een eindbestemming krijgt.
Als de vrij zeldzame en dure gelegenheid zich voordoet om de as boven de Ganges te verstrooien zal de familie daar gebruik van maken. Ook bestaat de mogelijkheid dat nabestaanden een vliegtuig of boot huren om de as te verstrooien.

Hindoes hebben over het algemeen een pragmatische instelling en daardoor wordt de as meestal door de familie verstrooid bij het crematorium, in het besef dat de elementen van de as zo uiteindelijk ook in het water naar de oneindigheid terechtkomen, zeker in Nederland.
De rouwperiode

Na de crematie leeft de familie tien dagen heel sober en eet zij vegetarisch. Elke dag wordt thuis een offerdienst gehouden, waarbij tien rijstballetjes worden geofferd om voor de ziel van de overledene een nieuw menselijk omhulsel af te smeken. Reïncarnatie kan namelijk ook betekenen dat de ziel terugkomt in de lagere vorm van een dier.

De rijstballetjes worden op een hoopje zand gelegd dat Moeder Aarde symboliseert. De oudste zoon brengt een vuuroffer in een speciale ijzeren bak met geurige houtsoorten. Dit is ook in een crematorium mogelijk. Op de tiende dag worden vegetarische gerechten gekookt die de overledene lekker vond en wordt een bord met dat eten in de tuin of op het balkon gezet voor de overledene.

Twaalf of dertien dagen na de crematie wordt een rouwplechtigheid gehouden in het huis van de overledene, waarbij naast de hele familie ook vrienden en bekenden aanwezig zijn. Onder leiding van een priester worden speciale offers gebracht. De rouw wordt dan officieel opgeheven, maar de directe nabestaanden mogen pas na een jaar weer feestelijke gebeurtenissen zoals huwelijken organiseren. Na zes maanden herhalen de nabestaanden de plechtigheid van de dertiende dag en na een jaar wordt de rouwperiode afgesloten met een ceremonie.

Islamitische uitvaartrituelen

Bij een islamitische uitvaart komen veel rituelen kijken die zij streng naleven. Zo mogen moslims niet worden gecremeerd, maar moeten ze (het liefst) binnen 24 uur begraven worden. Dit is in strijd met de regels hier in Nederland (minimaal 36 uur), maar tegenwoordig kan daar een ontheffing voor worden aangevraagd.

Het gebed op de dag van de uitvaart vindt plaats bij de moskee. Er worden buiten de moskee drie rijen gemaakt waarbij iedereen in de richting van Mekka staat. De mannen staan op de eerste rij, in het midden staan de kinderen en op de laatste rij staan de vrouwen. Na het gebed wordt de kist naar de begraafplaats gebracht. De dragers van de kist wisselen elkaar regelmatig af. Omdat het dragen van de kist wordt gezien als een goede daad willen veel mannen hier bij helpen. Het kan zo zijn dat je geen vrouwen ziet op de begrafenis. In sommige islamitische gemeenschappen moeten de vrouwen namelijk thuis blijven of buiten de begraafplaats wachten. Zij mogen pas vanaf de dag erna het graf bezoeken. Dit hangt af van de geloofsrichting en de rituelen van de familie van de overledene. Bij een islamitische uitvaart is het niet de bedoeling om bloemen, kaarsen of andere spullen bij het graf achter te laten.

HTML Snippets Powered By : XYZScripts.com