Google
 
Web Suriname.NU
U kunt nu ook alleen binnen  ANDA Suriname  zoeken
      ·       Suriname Gastenboek       ·       Geef u hier op voor SuriMagazine   
   





   
ONDERDELEN DOUANE
 suriname.nu  Algemeen
 suriname.nu  De Douane
 suriname.nu  Telefoonnummers
 suriname.nu  In- & uitvoer
 suriname.nu  Smokkelen
 suriname.nu  Lijfsvisitatie
 suriname.nu  Verbruiksbelasting
 suriname.nu  Transito
 suriname.nu  Douaneloodsen
 suriname.nu  Rekenvoorbeelden invoer
 suriname.nu  Overzicht geldboetes

 suriname.nu  APC-codering
 suriname.nu  Enig Document
 suriname.nu  Inhoud Enig Document
 suriname.nu  Gebruik formulier
 suriname.nu  Invulling vakken
 suriname.nu  Vakken A,B,C en D
 suriname.nu  Additionele informatie
 suriname.nu  Vragen
 suriname.nu  Routing aangifte (ASYCUDA)
 suriname.nu  Bijlagen: Incoterm/Landen

 suriname.nu  Grondstoffenbesluit 1997
 suriname.nu  Scheepvaartwet
 suriname.nu  Deviezenwet
 suriname.nu  Smokkeldecreet
 suriname.nu  Wet op statistiekrecht
 suriname.nu  Wet Tarief van Invoerrechten
 suriname.nu  Vuurwapenwet
 suriname.nu  Wet verdovende middelen
 suriname.nu  Wet wegen van goederen
 suriname.nu  Kosten inzake in- en uitvoer

 suriname.nu  Klantnummers (ASYCUDA)
 suriname.nu  Invoer verhuisboedel
 suriname.nu  Houtexport
 suriname.nu  Afdeling OAP
 suriname.nu  Suralco onth. omzetbelasting
 suriname.nu  ROSEBEL GOLDMINES
 suriname.nu  Onbeheerde Opslag NH

 suriname.nu  Vergoeding teruggaaf
 suriname.nu  Hoogte der geldboete
 suriname.nu  Wijziging Kostenwet 1940
 suriname.nu  Tarief Invoerrechten 1996
 suriname.nu  Origineel Inkoopfactuur
 suriname.nu  Importverbod

 suriname.nu  Heffing accijnzen 2004
 suriname.nu  Vrijstelling omzetbelasting
 suriname.nu  Vrijstelling Statistiekrecht
 suriname.nu  Geschenkzendingen
 suriname.nu  In- en uitvoer veboden
 suriname.nu  Wat is CITES
 suriname.nu  ZOOGDIEREN
 suriname.nu  SCHILPADDEN EN AMFIBIEN
 suriname.nu  VOGELS

ONDERWERPEN DOUANE
 suriname.nu  De Douane

AFDELINGEN
   Algemeen
  De Douane
   Telefoonboek
   Bevolking
   Distrikten
   Reis info
   Cultureel erfgoed
   Geschiedenis
   Foto's
   Natuur
   Personen
   Koken / recepten
   Vragen over NIBA
   Wat is ANDA

     
 
SURINAME  AFDELINGEN -  DOUANE

 suriname . NU terug
 
Wetten    : Vuurwapenwet


1930        No.73


GOUVERNEMENTSBLAD
van
SURINAME


WET van 7 februari 1930 tot vaststelling van bepalingen omtrent de invoer in, de doorvoer door en de uitvoer uit, alsmede het voorhanden hebben en vervoer van en de handel in vuurwapenen en munitie in Suriname.

IN NAAM DER KONINGIN !
DE GOUVERNEUR VAN SURINAME.


In overweging genomen hebbende, dat het nodig is bepalingen vast te stellen omtrent de invoer in, de doorvoer door en de uitvoer uit, alsmede het voorhanden hebben en vervoer van en de handel in vuurwapenen en munitie in Suriname;

Heeft, de Raad van Bestuur gehoord, na verkregen goedkeuring der Koloniale Staten, vastgesteld onderstaande Wet.

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Wet worden:

1. onder vuurwapenen mede verstaan bommen, handgranaten en andere voor ontploffing of voor het verspreiden van vergiftige (kern - en chemische wapens) verstikkende of weerloosmakende gassen bestemde wapenen, vlammenwerpers, zomede alarmpistolen en andere soortgelijke voor bedreiging of afdreiging geschikte voorwerpen, volgens bij Landsbesluit te geven omschrijving.

2. onder vuurwapenen mede begrepen onderdelen van vuurwapenen;

3. onder munitie mede begrepen onderdelen van munitie als patroonhulzen, slaghoedjes, mantelkogels en kogelmantels;

4. met vuurwapenen gelijkgesteld degens, sabels, klewangs, dolken, dolkmessen, wapenstokken en andere soortgelijke voorwerpen, ter beoordeling van de Procureur - Generaal.


In -, door - en uitvoer

Artikel 2

Artikel 10

De bevoegdheid tot het voorhanden hebben van een vuurwapen komt slechts toe:

1. aan openbare ambtenaren en beambten, die krachtens besluit van de President in het bezit van het betreffende vuurwapen mogen zijn;

*ingevolge Besluit van 31 december 1930 (G.B No 102 van 1930), zijn dat:

a) de Districts - Commissarissen van secretarissen;

b) de Commissaris van Politie

c) de Directeuren, onder - directeuren, opzichters en gevangenisbewaarders bij het gevangeniswezen;

d) de in de districten gedetacheerde Javaanse en Hindostaanse tolken;

e) de opzichters over de Landsvestigingsplaatsen;

f) de door de Districts - Commissarissen voor het verrichten van Politie diensten
   in de districten aangehuurde buitengewone agenten van Politie;

g) de opzichters en boswachters bij de Bospolitie;

h) de te Paramaribo door de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen en
   in de districten door de Districts - Commissaris aan te wijzen ambtenaren
   der Invoerrechten en Accijnzen;

i) de deurwaarders voor de invordering der Belastingen;

j) de gezagvoerders, officieren en schepelingen van de voor de zeedienst
   bestemde vaartuigen tot een aantal en soort van wapenen, en onder
   voorwaarden als door de Procureur - Generaal nader te bepalen.


2. aan een publiekrechterlijk lichaam (bijv: wapenhandelaar - schietvereniging - veiligheidsorganisaties e.d)

3. aan hen, die het vuurwapen krachtens een Wettelijke bepaling of opdracht voor een Publiekrechterlijk lichaam onder zich heeft;

4. aan hen, die deel uitmaken van de gewapende macht of van de Politie, voor zover het een vuurwapen, tot het bezit waarvan zij naar soort en in hoeveelheid tot hunne uitrusting behoort;

5. aan de personen, bedoeld in het vierde lid van artikel 2, voor zover het een vuurwapen betreft, tot het bezit waarvan zij naar soort en hoeveelheid verplicht zijn (bijv: handelaren);

6. aan personen, die geen ander vuurwapen vervoeren dan dat zodanig is ingepakt, dat het niet voor dadelijk gebruik kan worden aangewend, mits het vervoer gedekt is door een geleide - biljet, afgegeven door de Districts - Commissaris van Politie of door de Districts - Commissaris der plaats, waar het vervoer een aanvang neemt;

7. aan hem, die voorzien is van een Algemene of Bijzondere schriftelijke machtiging van de tot verstrekking daarvan bevoegde ambtenaar volgens de daarin opgenomen bepalingen en voorwaarden.


Artikel 11

1. Waar in deze Wet sprake is van een schriftelijke machtiging zonder meer, worden daaronder de beide soorten, als in het voorgaande artikel onder lid 7, verstaan, terwijl de Bijzondere schriftelijke machtiging hierna als Vuurwapenvergunning wordt aangeduid.

2. Een Algemene schriftelijke machtiging kan uitsluitend worden afgegeven aan Handelaren in vuurwapenen als zodanig.


Artikel 12

1. Aan de schriftelijke machtiging kunnen voorwaarden worden verbonden.

2. Zij kan alleen verleend worden voor zover enig redelijk belang dat vordert en misbruik van de machtiging of van het vuurwapen of de vuurwapenen niet is te vrezen, één en ander ter beoordeling van de tot de verstrekking der machtiging bevoegde ambtenaar.

3. Zij kan tot bepaalde tijden en plaatsen worden beperkt en is strikt persoonlijk.

Artikel 13

1. De "schriftelijke machtiging" wordt schriftelijk aangevraagd bij en verleend door de Procureur - Generaal.

Deze aanvraag houdt, met betrekking tot de hier bedoelde machtiging in het geen de aanvraag, bedoeld in artikel 5 lid 3 ten aanzien van de in -, door - of uitvoer, heeft te vermelden met uitzondering van hetgeen aldaar met betrekking tot de termijn is gesteld; hij, die geen woonplaats binnen Suriname heeft, heeft bij de aanvraag aldaar woonplaats te kiezen. De aanvrager verstrekt voorts zoveel mogelijk de van hem door of vanwege de Commissaris van Politie of de betrokken Districts -- Commissaris verder gevraagde inlichtingen en bescheiden. Binnen een maand wordt op de aanvraag schriftelijk beschikt. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk niet wordt ingewilligd, is de beschikking in de regel met reden omkleed.

2. Van de laatst bedoelde beschikking staat de aanvrager, binnen een maand na dagtekening daarvan, beroep open bij de President, die binnen een maand na de dag, waarop het beroep hem heeft bereikt, daarop schriftelijk beschikt.

3. De President is te allen tijde bevoegd elke door hem of, in hoger beroep van hunne beschikking, de door de Procureur - Generaal verleende schriftelijke machtiging bij een in de regel met reden omklede beschikking, in te trekken, ingaande onmiddellijk of op een daarbij te bepalen later tijdstip. Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing.

4. Van de aan het slot van de eerste, van de in het tweede lid en van de in het derde lid bedoelde beschikking wordt een uittreksel aan de belanghebbende of in persoon uitgereikt of bij aangetekende dienstbrief toegezonden.

5. Binnen een maand na het tijdstip van ingaan der intrekking, bedoeld in het derde lid, moet de belanghebbende de aan hem afgegeven schriftelijke machtiging inleveren aan de Procureur - Generaal, van wie de intrekking is uitgegaan, tenzij voor die de betreffende beschikking in beroep vernietigt.

6. Bij de intrekking van een schriftelijke machtiging zullen de goederen, waarvoor zij gold, onmiddellijk na het tijdstip van ingaan van de intrekkingdoor de belanghebbende moeten worden ingeleverd bij de Procureur - Generaal, en zal er door deze een gedagtekend bewijs van ontvangst worden afgegeven.

7. Indien de belanghebbende in het vijfde en zesde lid bedoeld, overleden is, geschiedt de in een ander lid omschreven inlevering door de uitvoerder van de uiterste wil, zo die er is, en anders door de erfgenamen of één hunner.

8. Gedurende de tijd die alsnog had te verlopen tussen het van ingaan der intrekking en de afloop van de termijn, waarvoor de schriftelijke machtiging was verleend, zullen de krachtens het zesde en zevende lid ingeleverde goederen ter beschikking blijven van de rechthebbende, die daarmee, inmiddels met inachtneming van deze Wet kan handelen.

9. Na verloop van de in het vorige lid bedoelde tijd vervallen de ingeleverde goederen, zonder enige vergoeding, aan het Land en kan vernietiging daarvan door de Procureur - Generaal bevolen worden.


Artikel 14

1. De schriftelijke machtiging is ten hoogste, doch tevens als regel, voor één jaar, aanvangende met de dag van uitreiking.

2. Een schriftelijke machtiging wordt niet verleend dan na betaling van een bedrag groot:

a) Voor zover het betreft een vuurwapenvergunning:

tweehonderd gulden wanneer het een vuistvuurwapen betreft; vijftig gulden indien het een vuurwapen betreft die vanuit de schouder wordt afgevuurd met een maximaal kaliber van 12;

b) Voor zover het betreft een algemene schriftelijke machtiging tweehonderd gulden.

3. De in lid twee genoemde bedragen zijn berekend per jaar; de betaling daarvan moet geschieden bij het doen van de aanvraag, bedoeld in artikel 13 lid 1.

Wordt de machtiging voor minder dan een jaar verleend, dan ondergaat het bedrag een evenredige vermindering.

4. Bij intrekking, bedoeld in artikel 13 lid 3, vindt er een evenredige teruggave van de gestorte gelden plaats.

5. Een vuurwapenvergunning is slechts geldig voor één vuurwapen, dat daarin met name wordt aangegeven en zo nauwkeurig mogelijk wordt omschreven.

6. Het in de leden 2, 3, 4 en 5 bepaalde, voor wat lid 5 betreft alleen het bepaalde in het eerste zinsgedeelte, geldt niet voor het vuurwapen, die naar het oordeel van de Procureur - Generaal, het karakter dragen van oudheid.

Voorhanden hebben van munitie

Artikel 15

1. Het is verboden, anders dan van Overheidswege ten behoeve van 's Landsdienst, munitie voorhanden te hebben zonder voorzien te zijn van een schriftelijke machtiging van de tot verstrekking daarvan bevoegde ambtenaar. Het in de artikelen 12 en 13 bepaalde is van dien overeenkomstige toepassing.

2. Het voorgaande lid is niet van toepassing ten aanzien van:

1. munitie, welke, tot na te melden hoeveelheden, in het bezit is van personen, die bevoegd zijn één of meer vuurwapenen voorhanden te hebben.

Deze hoeveelheid bedraagt: wanneer het geldt één of meer handvuurwapenen - geweer -, buks, karabijn - voor elk verschillend kaliber daarvan ten hoogste één honderd patronen, en wanneer het één of meer vuistvuurwapenen - pistool, revolver - geldt, voor elk verschillend kaliber vijfentwintig patronen.

2. vervoerd wordende munitie, waarvan het vervoer gedekt is door een geleidebiljet, afgegeven door of vanwege de Procureur - Generaal, waar het vervoer aanvangt.

3. Het is verboden andere munitie voorhanden te hebben dan die geschikt is voor het vuurwapen, tot welks voorhanden hebben een schriftelijke machtiging is afgegeven.

Aflevering van vuurwapenen en munitie


Artikel 16

Het is verboden voor het afleveren van vuurwapenen en munitie een beroep of gewoonte te maken zonder voorzien te zijn van een algemene schriftelijke machtiging van de tot verstrekking daarvan bevoegde ambtenaar.

Artikel 17

1. Allen, die van het afleveren van vuurwapenen en munitie een beroep of gewoonte maken, zijn verplicht een, naar een door de President vast te stellen model ingericht en door of vanwege de Procureur - Generaal gefolieerd en geparafeerd, doorlopend register te houden en daarin onverwijld aantekening te doen van alle door hen onder enige titel ontvangen of afgeleverde vuurwapenen en munitie.

2. Zij zijn verplicht daarin onverwijld te vermelden de namen en woonplaatsen zowel van degene, van wie de goederen afkomstig of voor wie die bestemd zijn, als van hun, uit wier handen zij de goederen hebben ontvangen of wier handen zij deze hebben afgeleverd, en voorts datum en plaats van afgifte van de vergunning, schriftelijke machtiging en geleidebiljetten, welke ingevolge deze Wet aan bedoelde personen verleend mochten zijn.

3. Zij zijn verplicht het register op eerste aanvraag ter inzage, controle en verifiëring te vertonen aan elk der ambtenaren, in artikel 30 bedoeld.


Artikel 18

1. Het is verboden, anders dan van Overheidswege ten behoeve van 's Landsdienst, een vuurwapen of munitie binnen Suriname af te leveren.

2. Het voorgaande lid is niet van toepassing ten aanzien van het afleveren van een vuurwapen of munitie aan iemand, die bevoegd is dat vuurwapen of die munitie voorhanden te hebben.


Aanvragen, vergunningen, schriftelijke machtigingen en geleide - biljetten

Artikel 19

De Minister belast met Justitiële aangelegenheden en de Procureur - Generaal, zijn verplicht afzonderlijke registers te houden van de ingevolge deze Wet verleende vergunningen, schriftelijke machtigingen en geleide - biljetten en daarin mede te doen blijken van al wat door hen in verband daarmede verder mocht zijn verricht.


Artikel 20

Het model van de in deze Wet bedoelde aanvragen, vergunningen, schriftelijke machtigingen en geleide - biljetten wordt door de President vastgesteld.


Artikel 21

1. De vergunningen, schriftelijke machtigingen of het geleidebiljet en de vuurwapen en munitie, waarop zij betrekking hebben, moeten op de eerste aanvraag worden vertoond aan elk der ambtenaren, in artikel 30 bedoeld.

2. Bij het verloren gaan van een vergunning, schriftelijke machtigingen of geleidebiljet kan een duplicaat worden uitgereikt, waarop het woord duplicaat op in het oog vallende wijze vermeld staat. Ter vergoeding van kosten van administratie en toezicht wordt van elk duplicaat bij de aanvrage een bedrag van twee gulden en vijftig cent geheven.


Strafbepalingen

Artikel 22

In - door - of uitvoer in strijd met de bepalingen van of krachtens deze Wet wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van ten hoogste veertigduizend gulden.


Artikel 23

Behoudens het bij het voorgaande artikel bepaalde, wordt hij, die een verbod bij of krachtens deze Wet gesteld overtreed, met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van ten hoogste veertigduizend gulden.


Artikel 24

Indien echter, naar de betrokkene weet of redelijkerwijs moet vermoeden, enig voorwerp met betrekking tot hetwelke het bij één der twee voorgaande artikelen strafbaar gesteld feit wordt begaan, een bom is, een handgranaat, of een dergelijk voor ontploffing of voor het verspreiden van verstikkende of vergiftige gassen bestemd vuurwapen een vlammenwerper, een kanon, machinegeweer of een onderdeel van één dezer vuurwapenen, wordt een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of een geldboete van ten hoogste zestigduizend gulden opgelegd.


Artikel 25

Hij, die desgevraagd tegenover één der in artikel 30 bedoelde ambtenaren opzettelijk of verzwijgt onder de door hem in -, door - of uit te voeren goederen vuurwapenen of munitie te hebben, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van ten hoogste zesduizend gulden.


Artikel 26

Overtreding van de het navolgende:

- artikel 5 zevende lid (tonen van de vergunning)

- artikel 6 derde lid (terugzending van de vergunning)

- artikel 7 tweede of derde lid (inleveren van vervallen vergunning)

- artikel 13 vijfde, zesde en zevende lid
   (termijn terugzending van de vergunning en inlevering der goederen)

- artikel 17 eerste, tweede en derde lid (overtredingen van Handelaren)

- artikel 21 eerste lid (tonen van vergunning, schriftelijke
   machtiging of geleidebiljet), wordt gestraft met een hechtenis van
   ten hoogste zes maanden of een geldboete van
   ten hoogste zesduizend gulden.


Artikel 27

De goederen, doormiddel van een, bij deze Wet strafbaar gesteld, feit verkregen, of waarmede of met betrekking tot welke feit is begaan, kunnen verbeurd worden verklaard.

De vernietiging of onbruikbaarmaking van die goederen kan in het vonnis worden gelast.

Artikel 28

De bij de artikelen 22, 23 en 24 strafbaar gestelde feiten worden als misdrijven beschouwd, en de bij de artikelen 25 en 26 strafbaar gestelde feiten worden als overtredingen aangemerkt.


Artikel 29

Indien een feit, bij deze wet strafbaar gesteld, wordt begaan door of vanwege een Vennootschap onder een Firma, een Naamloze Vennootschap, een Zedelijk Lichaam, of een Stichting, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen de beherende vennoten of de leden van het bestuur. Geen straf wordt uitgesproken tegen de beherende vennoot of lid van het bestuur, van wie blijkt, dat het feit buiten zijn toedoen is begaan.


Artikel 30

1. Met het toezicht op de verspreiding van vuurwapenen en munitie onder de bevolking en het opsporen van de feiten, bij deze Wet strafbaar gesteld, zijn behalve de bij artikel 134 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de ambtenaren der Invoerrechten en Accijnzen.

2. De ambtenaren, in het voorgaande lid bedoeld, hebben in de uitoefening van het aan hen opgedragen toezicht, met de hen in verband daarmee vergezellende personen, te allen tijde vrije toegang tot alle plaatsen, waar redelijkerwijs vermoed kan worden, dat vuurwapenen of munitie aanwezig zijn.

3. Wordt hen de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.

4. Is de plaats tevens een woning of alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij deze tegen de wil van de bewoner niet binnen dan op vertoon van een schriftelijke lastgeving, te Paramaribo van de Procureur - Generaal en in een district van de betrokken Districts - Commissaris.

5. Van dit binnentreden wordt door hen een Proces - Verbaal opgemaakt, dat binnen twee maal vierentwintig uur aan degene wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt medegedeeld.


Artikel 31

De ambtenaren, in het voorgaande artikel bedoeld, zijn te allen tijde bevoegd om in beslag te nemen alle goederen, welke naar redelijk vermoeden tot ontdekking van de waarheid kunnen dienen, of welke verbeurdverklaring, vernietiging of onbruikbaarmaking kan worden bevolen, zomede om ter inbeslagneming het nodige onderzoek in te stellen naar en de uitlevering te vorderen van die goederen.


Overgangsbepalingen

Artikel 32

1. Aan hen, die bij de inwerkingtreding van deze Wet één of meer vuurwapenen voorhanden hebben en aan wie op grond van bij deze Wet ingetrokken bepalingen een port d' armes daarvoor is afgegeven, wordt mits zij daartoe binnen één maand na die inwerkingtreden en onder overlegging van dit port d' armes het verzoek doen, kosteloos een krachtens en overeenkomstig deze Wet vereiste vuurwapenvergunning voor elk der, onder dit port d' armes vallende en in het verzoek aangegeven, vuurwapen uitgereikt.

2. De nieuwe vuurwapenvergunning wordt verleend voor het nog overige gedeelte van de oorspronkelijke geldigheidsduur van het oude tot dekking van het betreffende vuurwapen geldende port d' armes.

3. Het in lid 1 en 2 bepaalde geldt op overeenkomstige wijze met betrekking tot het bij de inwerkingtreding van deze Wet voorhanden hebben van munitie.


Artikel 33

1. Tegen hen, die bij de inwerkingtreding van deze Wet voorhanden hebben één of meer vuurwapenen of munitie, niet op wettige wijze gedekt, wordt terzake daarvan geen strafvervolging ingesteld, indien zij binnen één maand na de inwerkingtreding een volgens deze Wet vereiste schriftelijke machtiging daarvoor aanvragen.

2. Wordt deze machtiging niet verleend, dan geldt de betrekkelijke beschikking als een intrekking van een verleende machtiging, met alle gevolgen van dien, in deze Wet daaraan verbonden:

Als tijd, bedoeld in artikel 13 lid 8, zal alsdan gelden een tijd van 6 maanden, te rekenen vanaf de dagtekening der beschikking, waarbij de machtiging niet is verleend.


Artikel 34

1. Houders van Banken van lening, die op de dag van inwerkingtreding van deze Wet, vuurwapenen of munitie in pand hebben, zullen binnen een maand na het inwerkingtreden van deze Wet bij de Commissaris van Politie, zo de Bank van lening te Paramaribo gevestigd is, en bij de betrokken Districts - Commissaris, indien de Bank van lening in een district gevestigd is, hiervan aangifte moeten doen.

2. Tegelijkertijd wordt aan de Commissaris van Politie of de betrokken Districts - Commissaris een opgave verstrekt van het aantal en de soort der vuurwapenen en de munitie en een omschrijving van de staat waarin elk vuurwapen zich bevindt.

3. Binnen dezelfde termijn deze vuurwapenen en munitie worden ingeleverd bij de Commissaris van Politie of de betrokken Districts - Commissaris onder wiens bewaring zij zullen verblijven.

4. Is binnen een termijn van zes maanden hierover door de houder der betreffende bank niet beschikt met inachtneming van de bepalingen van deze Wet, dan vervallen de goederen, zonder enige vergoeding aan het land en kan vernietiging daarvan door de Procureur - Generaal bevolen worden.


Slot bepalingen

Artikel 35

1. In het eerste lid van artikel 72 van het Wetboek van Strafvordering voor de Kolonie Suriname wordt na het woord "Opiumwet" ingelast de zinsnede: "alsmede in artikel 22 van de Vuurwapenwet, doch slechts voor het geval de verdachte niet in Suriname is gevestigd in de zin der Wet van 03 september 1915 - G.B 1916 No 19 - betrekkelijk vestiging, toelating en uitzetting".

2. In het eerste lid van artikel 37 van het Reglement op de Inrichting en de samenstelling der rechterlijke Macht in de Kolonie Suriname, zoals dit artikel sedert - laatstelijk bij de Opiumwet (G.B 1928 No. 51) - is gewijzigd, worden onder 3 na het woord "Opiumwet" ingelast de woorden: alsmede in artikel 22 der Vuurwapenwet.

3. De artikelen 55, 56 en 57 van de publicatie van de 23e april 1863 (G.B No. 10) houdende vaststelling en afkondiging van een Reglement op het beheer der districten in de Kolonie Suriname, gelijk zij luidt blijkens G.B 1914 No. 48 en na de sedert - laatstelijk bij de Wet van 09 augustus 1926 (G.B No. 124) - aangebrachte wijzigingen, worden ingetrokken.

4. De verdere verplichting bij het, in het voorgaande lid bedoelde Reglement met betrekking tot wapenen en ammunitie opgelegd, vervallen voor zover zij strijdig zijn met de bepalingen van deze Wet.

5. De Wet van 12 oktober 1898 (G.B No. 49) tot afschaffing van de rechten voor Jachtvergunningen, Visvergunningen en Rondventersvergunningen, zoals deze sedert laatstelijk bij de Wet van 14 februari 1923 (G.B No. 36) - is gewijzigd, wordt ingetrokken.

Artikel 36

Deze Wet kan worden aangehaald als de "Vuurwapenwet".

Artikel 37

Deze Wet treedt in werking op 01 januari 1931

(Resolutie van 17 september 1930 N0. 3373)

Gegeven te Paramaribo,
de 7de februari 1930
Rutgers




    

    


    


    Copyright © 2006 Douane Suriname, All rights reserved




suriname . NU  naar boven



Ontwerp © Webteam ANDA Suriname - Afdeling Nederland - Telefoon   06 1998 7075
Last update: