Google
 
Web Suriname.NU
U kunt nu ook alleen binnen  ANDA Suriname  zoeken
      ·       Suriname Gastenboek       ·       Geef u hier op voor SuriMagazine   
   





   
ONDERDELEN
Commewijne
 suriname.nu  Commewijne  1
 suriname.nu  Commewijne  2

Onderwerpen
Distrikten
 suriname.nu  Brokopondo
 suriname.nu  Commewijne
 suriname.nu  Coronie
 suriname.nu  Marowijne
 suriname.nu  Nickerie
 suriname.nu  Para
 suriname.nu  Paramaribo
 suriname.nu  Saramacca
 suriname.nu  Sipaliwini
 suriname.nu  Wanica

AFDELINGEN
   Algemeen
  De Douane
   Telefoonboek
   Bevolking
   Distrikten
   Reis info
   Cultureel erfgoed
   Geschiedenis
   Foto's
   Natuur
   Personen
   Koken / recepten
   Vragen over NIBA
   Wat is ANDA

     
SURINAME  AFDELINGEN - suriname.nu Distrikten - - Commewijne

 suriname . NU terug
 

   Distrikt Commewijne.

De Districts-Commissaris van Commewijne zetelt te Nw-Amsterdam.
Het district is in de Nationale Assemblťe vertegenwoordigd door vier parlementariŽrs. Het district is verdeeld in zes ressorten:

- Margaretha (moet eigenlijk zijn Margrita) 862 personen
- Bakkie 1165 personen
- Nw. Amsterdam 2890 personen
- Alkmaar 5011 personen
- Tamanredjo 6083 personen
- Meerzorg 7295 personen


     
Het district Commewijne is een van de oudste cultuurgebieden van Suriname.

Het wordt begrensd door de Atlantische Oceaan in het noorden, door het district Marowijne in het oosten, door het district Para in het zuiden en in het westen wordt het door de Surinamerivier gescheiden van de districten Para, Wanica en Paramaribo. Vůůr de districtenindeling van 1983 was Commewijne 4.110 km2 groot, dit is iets minder dan 3% van het Surinaams grondgebied. En er woonden 14.351 personen, 4% van de Surinaamse bevolking (cijfers van 1964).

Meer dan de helft van hen was van javaanse origine, ongeveer 30% nakomeling van brits-indische immigranten en bijna 10% van afrikaanse afstamming.


In 1983 heeft ook Commewijne gebied moeten afstaan aan het nieuwe district Sipaliwini en het oppervlak werd terug gebracht tot 2.353 k m2, of minder dan 2% van het Surinaams grondgebied. Wel kreeg Commewijne toen het dichtbevolkte Meerzorg erbij (overgenomen van het district Suriname). Mede hierdoor bleef het aantal bewoners groot en werd het district toen bewoond door iets meer dan 23.000 personen, ofte wel 6% van de totale bevolking van Suriname.

Op 1 januari 1996 bedroeg het aantal inwoners van Commewijne 20.917, dit is 4,94% van de Surinaamse bevolking.

Het district Commewijne ligt in de jonge kustvlakte en de vruchtbare klei leidde er mede toe dat Commewijne vanouds het district werd van de grote plantagelandbouw. Het district waar deze plantagelandbouw zich ook het langst heeft kunnen handhaven. Reeds in de tweede helft van de 17e eeuw werden aan de BovenCommewijne en de Cotticarivier vele plantages aangelegd, waar vooral suikerriet werd geteeld. Voor de bescherming van de plantages werd bij de samenvloeiing van de Commewijne en de Cottica in 1685 een fort gebouwd, dat de naam kreeg van Fort/Post Sommelsdijck.

Het gebied aan de benedenloop van de Commewijne lag onbeschermd tegen buitenlandse aanvallen en daarom werden er daar in de eerste decennia nog geen plantages aangelegd. Nadat echter in 1745 bij de samenvloeiing van de Commewijne en de Surinamerivier een nieuw fort was gebouwd en dus ook het gebied aan de benedenloop van de Commewijne en de Surinamerivier was beschermd, werden er ook daar, alsook in het gehele Matapica-gebied plantages aangelegd, waar niet alleen suikerriet, maar ook cacao, koffie en katoen werden geplant. Binnen enkele jaren was het gebied aan de benedenloop van de rivieren volgebouwd.

De plantages aan de bovenloop van de Commewijne en aan de Cottica hadden veel te lijden van aanvallen van de Marrons, slaven die van de plantages waren weggelopen en die in het bos een vrije samenleving voor zichzelf hadden opgebouwd. Om te voorzien in de behoefte aan levensmiddelen, kruit, geweren, gereedschappen en vrouwen - en ook wel om wraak te nemen voor het onrecht dat hen op de plantages was aangedaan deden ze vaak aanvallen op de plantages, waarbij niet zelden de opwonenden werden vermoord of meegevoerd.

Daarom werden de plantages in dat gebied vanaf de tweede helft van de 18e eeuw verlaten en legden de mensen nieuwe plantages aan in nieuwe gebieden aan de benedenloop van de rivieren en aan de Matapica. In 1760 werd er weliswaar vrede gesloten met de Aucaners, maar kort daarna kwam een nieuwe groep Marrons de plantages teisteren, nl. de Cottica-Marrons onder leiding van bekende aanvoerders als Boni, Baron en Joli Coeur. Zij hadden zich onder meer verschanst in het zwampachtig gebied tussen de Cottica en de zee, waar zij midden in het moeras een fort hadden gebouwd, dat ze Boekoe noemden, daarmee aangevend, dat zij liever tot stof zouden vervallen, dan zich overgeven.

In 1772 werd Boekoe echter ingenomen en verwoest door de Koloniale Troepen, waarbij vooral de Guides of Zwarte Jagers of Redi Moesoes onder leiding van de latere gouverneur Friderici een belangrijke rol speelden. Zij vonden een doorwaadbare plek in het moeras en terwijl de hoofdmacht van kapitein Mayland een schijnaanval deed op Boekoe en Baron al zijn strijders daar samentrok voor de verdediging, trok luitenant Friderici met zijn Guides door het moeras, klom over de borstwering en na een bloedig gevecht werden Baron c.s. verslagen.

De Zwarte Jagers waren een legercorps dat gevormd werd door slaven die speciaal waren vrijgekocht om mee te helpen in de strijd tegen de Marrons. Zij werden ook Redimoesoes genoemd, naar de rode mutsen die ze droegen als deel van hun uniform.
De wijk Frimangron in Paramaribo was speciaal ingericht als woonplaats voor deze soldaten, als ze geen oorlog voerden. Baron sneuvelde in de strijd; Boni vluchtte naar het oosten en trok over de Marowijne, vanwaar hij nog wel eens aanvallen deed op de plantages, totdat hij in 1793 door de Aucaners werd gevangen genomen en ter dood gebracht.

Omstreeks 1800 waren er in Suriname ongeveer 600 plantages, waarvan de meeste in het district Commewijne lagen. Toen begon echter de achteruitgang, als gevolg van diverse oorzaken.

- vanaf omstreeks 1775 waren de meeste plantages in handen gekomen van personen die in het buitenland woonden en die het beheer van hun plantages overlieten aan administrateurs en directeuren, die vaak alleen hun eigen belang behartigden en roofbouw pleegden op de plantages.

- door de gebeurtenissen in Europa, zoals de veroveringen van Napoleon en de uitvaardiging van het Continentaal Stelsel waren markten verloren gegaan voor Surinaamse producten. De plantages bleven vaak zitten met hun onverkoopbare producten.

- in 1808 werd de slavenhandel verboden, waardoor het voor de plantages niet altijd meer mogelijk was om het arbeidersbestand op peil te houden. De productie nam daardoor af.

- in 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft. Veel plantagehouders verloren daardoor hun vertrouwen in de toekomst en verkochten hun bezit, of incasseerden hun uitkering voor de vrijverklaarde slaven, verlieten het land en lieten de plantage gewoon aan verwaarlozing over. Veel van de vrijverklaarde slaven verlieten de plantages, om elders een bestaan op te bouwen. - de concurrentie van andere landen nam toe, vooral na de opening van het Suezkanaal in 1869.

- ziekten in de cultures brachten ook veel schade toe aan de gewassen. Zo werd de cacaocultuur te gronde gericht door de krullotenziekte, die op het eind van de 19e eeuw begon. De cultuur van bananen (=bacove) werd in 1910 vernietigd door het optreden van de panama-ziekte. Pogingen van de jaren '30 om deze cultuur te doen herleven, mislukten door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Pas in de jaren '60 werd bacove weer een belangrijk product van de grote landbouw, maar niet in het district Commewijne.

Er was ook een aantal positieve ontwikkelingen in het district.
In de jaren '80 van de 19e eeuw begon men met de aanplant van de Liberiakoffie, als vervanging voor de Coffea Arabica. Omdat niet alle Liberia-koffie tegelijk rijpt, kon men met een minder grote arbeidersmacht volstaan. Ter vervanging van de slaven die in 1863 werden vrijverklaard, liet men contractarbeiders halen uit China (van 1853 tot 1871), West-Indie (van 1863 tot 1873), Brits-IndiŽ (het huidige India, van 1873 tot 1916) en Java (Ned. OostIndiŽ, het huidige IndonesiŽ, van 1890 tot 1939). De meeste waren bestemd voor plantages in het district Commewijne.

In 1882 bouwde de Nederlandse Handel Maatschappij een nieuwe en grote Centrale Suikerfabriek te MariŽnburg, die een belangrijke uitstralingsfunctie had en die gedurende lange tijd een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van het district. Enkele jaren geleden werd het bedrijf echter gesloten en worden inmiddels ook de bedrijfsgebouwen ontmanteld. Daarmee ging het laatste suikerbedrijf van Suriname dicht. Voor goed! Er wonen nog altijd veel mensen op MariŽnburg, die nu echter voor hei merendeel een betrekking buiten de plantage hebben.
Er bestaan plannen om MariŽnburg nieuw leven in te blazen, maar dat zal niet meer zijn door suiker. Dit vormt voor MariŽnburg, voor Commewijne en voor Suriname een afgesloten hoofdstuk.

Ook koffie is van geen betekenis meer voor het district. Van de bijna 300 koffieplantages in de 18e eeuw zijn er nog maar enkele over. Toen in de jaren '30 van deze eeuw de wereldmarktprijzen voor koffie daalden tot beneden de productiekosten, lieten vele koffieplantages het afweten of schakelden ze over op citrus, welke cultuur voor enkele plantages in Commewijne tijdelijk redding bracht. Maar ook de citruscultuur is van vrijwel geen betekenis meer en is nog slechts voor enkele plantages (Alliance, Spieringshoek, Katwijk) van belang.

De genadeslag voor de grote landbouw kwam door de Tweede Wereldoorlog, toen niet alleen afzetmarkten verloren gingen, maar ook veel plantagearbeiders werden opgeroepen om hun militaire dienstplicht te vervullen en werden opgenomen in de schutterij. Velen zochten ook een nieuw bestaan in de bauxietindustrie, die zich vanaf 1939 heel sterk uitbreidde. Toch waren er in Suriname tot ver na de oorlog nog diverse plantages in bedrijf, waar vooral koffie en citrus werden verbouwd, maar ook nog drie suikerplantages, waarvan twee in Commewijne (Alliance en MariŽnburg). Inmiddels zijn beide suikerplantages opgedoekt, en hebben veel van de andere plantages het bijltje er bij neergelegd. Het aantal plantages in Commewijne is nu nog op de vingers van een hand te tellen.

Wie nu nog iets van het oude plantagewezen wil zien, kan eigenlijk alleen nog maar terecht op Peperpot in Commewijne, aan de rechteroever van de Surinamerivier. Daar is er nog een koffie en cacao-aanplant in redelijk goede conditie, daar vinden we nog een oude loods, fabriek en directeurswoning en daar vinden we nog een kampong. Maar hoe lang nog?

De meeste andere plantages zijn verlaten of zijn een nieuwe weg ingeslagen. Aan de rechteroever van de Commewijne, waar er na de oorlog nog veel plantages waren, is er geen enkele plantage meer in cultuur. Plantagenamen daar, zoals Rust en Werk, Berlijn, Maasstroom, Pieterszorg, Guadeloupe, Mon Souci en Nw. Meerzorg vormen nu nog slechts een herinnering aan de vroegere bloeitijd. Het rijwielpad dat vroeger liep van Rust en Werk tot Bakkie en dat alle plantages en dorpsgemeenten en vestigingsplaatsen aan de rechteroever verbond, is voor een deel weggeslagen en niet meer berijdbaar en zelfs niet meer beloopbaar. En de mensen van de rechteroever zijn voor een groot deel weggetrokken.

Een der oorzaken daarvoor is de verzilting van de grond. Maar die verzilting is, voor een deel althans, een gevolg van de verwaarlozing van de dijken, waardoor het zeewater en het zoute rivierwater vrije toegang kregen tot de plantages. Het betrekkelijk isolement waarin de mensen daar leefden zal er zeker ook toe hebben bijgedragen dat velen wegtrokken.

Leven in primitieve woningen, zonder electriciteit, zonder stromend water, zonder publieke telefoon; eens per dag met de rivierboot een verbinding met de andere plantages en met Paramaribo; vaak geen dokter, politie en school in de omgeving en soms slechts over water bereikbaar.

De grote landbouw is nu nog maar van weinig betekenis voor Commewijne, maar landbouw is nog altijd een belangrijk bestaansmiddel. Plantagelandbouw vinden we nog te Alliance (citrus en bananen), Spieringshoek (citrus en bananen), Katwijk (koffie en citrus), Wederzorg (rijst), Peperpot (koffie, cacao en fruit).

De kleine landbouw wordt uitgeoefend in vrijwel het gehele district, op kleine percelen langs de grote wegen en in de vestigingsplaatsen. Dit zijn oude plantages die door het gouvernement op lozing werden gebracht en aan kleine landbouwers uitgegeven. Enkele bekende in Commewijne zijn Nw. Amsterdam, Alkmaar en Margrita. Vooral langs de nieuwe Oost-West-verbinding (aangelegd in de jaren '60) hebben zich in de laatste jaren veel kleine landbouwers gevestigd. Het Landbouw Ontwikkelingsplan Commewijne (L.O.C.), dat beoogde de ontwikkeling van de kleine landbouw in het district te bevorderen, is geen succes geworden.

Een belangrijk middel van bestaan voor Commewijne is ook de visserij.
Deze wordt beoefend in het Matapicagebied (zwampvisserij) en bij de monding van de Surinamerivier en voor de kust (riviermond- en kustvisserij, o.a. garnalen).
Een bekend vissersdorp is Pomona. Op enkele plaatsen vinden we visverwerkingsbedrijven. De laatste jaren is ook in opkomst de aquacultuur, i.c. de kweek van garnalen en rode tilapia. Aan de rechteroever vinden we in voormalig plantagegebied reeds grote arealen waar deze vis wordt gekweekt (Rust en Werk en omgeving). Ook bestaan er plannen om aan de linkeroever, met name op MariŽnburg ook te beginnen met aquacultuur.

Ook de veeteelt wordt steeds belangrijker in Commewijne. Grote veebedrijven vinden we b.v. aan de rechteroever van de Commewijne in de omgeving van Rust en Werk (vooral slachtvee) en op de voormalige koffieplantage Sorgvliet aan de linkeroever (melkvee, met een eigen pasteuriseerinrichting).

Het district Commewijne heeft veel bezienswaardigheden, waardoor ook het toerisme - niet alleen voor buitenlanders, maar ook voor Surinamers belangrijk kan worden voor het district.




suriname . NU  naar boven



Ontwerp © Webteam ANDA Suriname - Afdeling Nederland - Telefoon   06 1998 7075
Last update:






   ††