Zoeken in Anda Suriname

Djaran Kepang

← Terug

Djaran Kepang

De oorsprong van Djaran Kepang (Kuda Lumping) is onzeker. Er zijn twee hoofdhypothesen voorgesteld. De eerste suggereert dat Djaran Kepang is voortgekomen uit de oorlog van Diponegoro tegen de Nederlandse koloniale troepen, als een rituele naspelen van veldslagen. De tweede stelt dat het is gebaseerd op troepen uit het Mataram-tijdperk die tegen de Nederlanders rijden.

Djaran Kepang is onder verschillende namen in verschillende gebieden bekend. Hoewel Kuda Lumping de meest voorkomende naam in West-Java is, staat het in Midden-Java bekend als Jaran Kepang of Jathilan in Oost-Java; in Bali staat het bekend als Sang Hyang Jaran. Op Bali verwijst Sanghyang-dans naar het type dans waarbij trance wordt geassocieerd met de geest die als hyang wordt aangeduid.
Prestatie

Djaran Kepang kan worden uitgevoerd ter ere van een speciale gebeurtenis, zoals de besnijdenis van een jongen of een overgangsrite.

Het kan ook worden uitgevoerd als entertainment, in een busker-stijl. Het wordt meestal uitgevoerd in een afgezet gebied, met het publiek gescheiden van de dansers.

Djaran Kepang wordt traditioneel uitgevoerd door een groep mannen uit de lokale gemeenschap; deze groep kan van 2 tot 8 tellen. De artiesten monteren rotan paarden en dansen terwijl traditionele instrumenten zoals de angklung, gongs en hondenhonden drums worden gespeeld.

Dit deel van de voorstelling eindigt wanneer een danser in een trance komt, waarvan wordt gezegd dat deze wordt veroorzaakt door geestbezit. In Sang Hyang Jaran kan het publiek deelnemen door een koor te vormen en te zingen.

Tijdens hun trances kunnen de dansers doen alsof ze gras eten of water drinken, terwijl een andere artiest of sjamaan een zweep gebruikt om hen te dirigeren. In sommige uitvoeringen mogen dansers op kolen lopen of glas of vuur eten, wat verschillende verwondingen kan veroorzaken. De dansers hebben ook interactie met het publiek; bij busker-uitvoeringen kunnen ze om geld vragen. In sommige gebieden dienen de dansers als orakels om profetieën te bezorgen. Na het ontwaken van hun trances, beweren artiesten dat ze zich niets herinneren tijdens het spelen.

In Oost-Java wordt de gelijkaardige dans Jathilan genoemd en maakt hij deel uit van de prestaties van Reog Ponorogo. Een Jathil is de jeugdige knappe ruiter op paarden gemaakt van geweven bamboe. In tegenstelling tot gewone jaran kepang heeft jathil echter nooit trance-dansen en stunts uitgevoerd zoals het eten van glas of lopen op vurige houtskool. Traditioneel werd de jathilan-dans uitgevoerd door gemblakan, tegenwoordig wordt Jathil meestal opgevoerd door vrouwelijke dansers.

Dansen en in trance zijn.

De dans vind zijn oorsprong in Indonesië, waar hij gebruikt wordt bij huwelijken, besnijdenissen of bij openingen van winkels. Ook geeft de dans positieven energie aan zieken. De dans wordt geopend met een sierlijke bloemendans. Daarna wordt er gebeden en worden de geesten opgeroepen. Er wordt vervolgens water op de dansers om ze verder in trance te krijgen. Een andere manier om ze in trance te krijgen is door op de grond te kloppen.

Als de dansers dan in trance zijn, nemen de geesten hun lichaam over en worden ze getransformeerd in andere levende wezen. De dansers beginnen met een paard. Ze huppelen rond, eten grassen en drinken water uit een kom. Als men hen weer besprenkelt met water worden ze getransformeerd in tijgers.

Dan beginnen ze te grommem en kruipen zo op handen en voeten rond. Daarna worden ze apen en krijgen ze kokosnoten toegegooid die ze met hem tanden afpellen.

Daar voelen ze tijdens en na de trance niks van. Dan veranderen ze nog in slangen om lekker rond te kronkelen. Dan is het welletjes en worden ze wakker gemaakt met een krachtdrankje en enkele woorden van de leider. De geest in hen verdwijnt dan. Enkelen schreeuwen en kijken verdwaasd rond. Dat komt omdat hun eigen ik ergens anders was en ze nu ineens terug zijn.