Zoeken in Anda Suriname

De opstand op Vossenburg en Wajampibo

← Terug

Op 27 februari 1776 brak een hevige opstand uit op plantage Vossenburg onder bedreiging van verwoesting, brandstichting en moord aan de blanken. Ook op Wajampibo was sprake van zo’n opstand. Wellicht was de aanleiding te vinden in het verloop van de Eerste Boni-oorlog.

De omstandigheden in de kolonie waren na de Amsterdamse beurskrach van 1773 bepaald niet best. Veel planters waren failliet en er was een totaalschuld van 24 miljoen gulden ontstaan. De plantages Vossenburg en Wajampibo waren in bezit van de Gelderse regentenfamilie Brantsen. Sinds gouverneur Paul van der Veen (1660-1733) -die tussen 1696 en 1706 gouverneur van de kolonie Suriname was- kwamen er door zijn tweede huwelijk in 1688 met Anna van Gelre (die gelinkt is aan van Karel van Gelre) vanuit Gelderland planters-families als Brantsen en Sandick naar Suriname.

Vrijwel direct na de oprichting werd het korps Zwarte Jagers op pad gestuurd om Fort Buku, de versterkte nederzetting van Boni, te vernietigen. Tijdens deze mislukte veldtocht werden veel groene mutsen buitgemaakt door de Marrons. Hierna werd de groene muts vervangen door een rode. Redi Musu werd daarna de bijnaam van de Zwarte Jagers.

Bij de slag om Buku op 20 september 1772 waren alle Redi Musi betrokken. Een kleine groep onder leiding van luitenant Friderici werd vooruit gezonden om de route verkennen. Via een omtrekkende beweging bereikten de Zwarte Jagers Buku. Na de verovering werden het dorp, de versterkingen en de bijbehorende kostengronden vernietigd.

In juni 1774 vroeg burgerkapitein Stoelman aan het Hof van Politie of hij bevelhebber kon worden van de Redi Musu. Op 11 juli 1774 ontdekten de Zwarte Jagers drie verlaten dorpen met kostgronden ten oosten van Buku, in de regio Locusboom. Het betrof de dorpen van de aanvoerders L’Ami van Marseille en Kormantin Kodjo. Deze twee dorpen werden vernietigd en in het voormalige dorp van Boni, Gado Sabi (God weet het), liet Stoelman voor korte tijd een militaire post inrichten.

In augustus 1775 werd een nieuwe grote expeditie opgezet onder leiding van kolonel Louis Henri Fourgeoud. Ze vonden twee nieuwe dorpen in de buurt van de Cassiperakreek: Holi-mi en Kofi-hay. De Marrons verloren het gevecht en hun dorp en kostgronden, maar hadden vlak voor de strijd hun vrouwen en kinderen overgebracht naar het nieuwe dorp Busi-krey (het bos huilt).

 

  Auteur: Nico Eigenhuis